Op 8 November 2024 stuurde minister Faber, van Asiel en Migratie, een brief naar de Tweede Kamer waarin zij een reeks nieuwe maatregelen presenteerde om de kennismigrantenregeling in Nederland aan te scherpen.
De voorgestelde wijzigingen zijn bedoeld om misbruik te voorkomen danwel te minderen en bevorderen de nationale veiligheid. De brief, die op 19 december zal worden besproken, bevat hervormingen die ervoor moeten zorgen dat de regeling beter aansluit bij de economische behoeften van het land.
De overheid pakt misbruik aan door de regelgeving rondom erkend referenten te herzien. De focus ligt op het minimaliseren van oneigenlijke uitleenconstructies, het aanscherpen van de rapportageplichten en het verhogen van de algemene zorgplicht voor werkgevers.
De voorgestelde wijzingen zijn als volgt:
| Beleidswijziging | Gevolgen voor Bedrijven | Impact op de Kennismigrant |
|---|---|---|
| 1. Beperking Uitleenconstructie | Mogelijkheden voor uitzenden en payrolling worden sterk beperkt (uitzonderingen gelden voor startups). | Vergunningen via payroll of uitzendbureaus worden strikt tijdelijk verleend. |
| 2. Strikte Rapportage-eisen | Bedrijven moeten gedetailleerde informatie verstrekken en direct escaleren bij verlies van contact. | Betere registratie garandeert een transparantere en veiligere juridische status. |
| 3. Strengere Achtergrondcheck | Toekomstige erkend referenten ondergaan een intensieve screening op het vlak van nationale veiligheid. | Werken met betrouwbare, gecertificeerde werkgevers vermindert de kans op misbruik. |
| 4. Tijdelijke Verblijfsduur | Bedrijven kunnen via flexibele payroll-constructies een migrant voor maximaal twee jaar inzetten. | De vergunning binnen deze constructies kent een harde limiet van 2 jaar zonder verlenging. |
| 5. Verhoogde Zorgplicht | Erkend referenten dragen de volledige verantwoordelijkheid voor een marktconforme en eerlijke behandeling. | Sterkere wettelijke bescherming tegen onderbetaling en slechte arbeidsomstandigheden. |
De kennismigrantenregeling, geïntroduceerd in 2004, heeft een sleutelrol gespeeld bij het aantrekken van hoogopgeleide werknemers van buiten de Europese Unie, met name in sectoren zoals technologie, financiën en techniek. Het doel was om talent aan te trekken dat kon bijdragen aan de versterking van de Nederlandse economie en het behoud van de concurrentiepositie wereldwijd.
In de afgelopen jaren is de regeling echter bekritiseerd en onder de loep genomen, zoals te zien was bij de aanpassing van de 30%-regeling. Minister Faber merkte op dat, hoewel het programma succesvol is geweest in het aantrekken van toptalent, de snelle groei ook nieuwe uitdagingen heeft gebracht, waaronder gevallen van misbruik, uitbuiting en zelfs risico’s voor de nationale veiligheid. Daarom zal de regering bespreken hoe ervoor te zorgen dat het programma blijft bijdragen aan de Nederlandse economie, terwijl de kans op misbruik wordt geminimaliseerd.
Met de intensivering van de parlementaire discussies in de komende weken, zal de aandacht gericht zijn op de Nederlandse regering.